Zandkuul’n, vertaald in het Nederlands: zandrollen , op andere plaatsen noemen ze het ook wel klootbowlen.

Het idee is nagenoeg het zelfde als bij het klootschieten, maar nu wordt er geworpen met een echte bowlingbal.
Er wordt gestart in 2 groepjes van 4, tot 6 personen tegelijk. Elke groep heeft één bal, er gaan dus 8 tot 12 personen tegelijk op pad.

U krijgt een scorelijst mee die bestaat uit 2 kolommen, de linker kolom is voor groep 1 en de rechter kolom op de scorelijst is voor groep 2.
Eerst gooit de bovenste persoon van groep 1 zo ver mogelijk. Vervolgens de bovenste aan de lijst van groep 2.
Nu bepaalt de volgorde waarin de ballen liggen welke groep dan weer mag gooien.
De 2e persoon van de groep waarvan de bal het minst ver is gekomen is dan weer aan de beurt.

Net als bij klootschieten is het de bedoeling om het parcours af te leggen in zo min mogelijk worpen.